Gear & Gadgets

Je bbq-handschoen beschermt minder dan je denkt

· 5 min leestijd

Je trekt de ovenwant uit de keukenlade, pakt de tang erbij en denkt dat het wel goedkomt. Tot je bij het rooster staat en de hitte dwars door de stof heen prikt. Een gewone ovenwant is gemaakt voor een opwarmende oven van 200 graden, niet voor houtskoolvuur dat al snel de 300 graden Celsius aantikt en bij felle vlammen nog hoger kan gaan. Wie ooit een brisket of pulled pork van het rooster moet tillen, weet dat een paar seconden extra blootstelling al genoeg is voor een pijnlijke blaar.

Waarom je keukenhandschoen het laat afweten

Het probleem zit in het materiaal, niet in de dikte. Katoen en gewatteerde stof isoleren goed tegen droge ovenhitte, maar bij direct contact met een hete rooster of een gloeiende deksel geven ze de warmte veel sneller door dan je verwacht. Daar komt bij dat een ovenwant maar tot halverwege je pols komt. Bij het verplaatsen van een hele kipfilet is dat geen probleem, maar bij het optillen van een zware pan of het verschuiven van kolen in de kamado kom je zomaar met je onderarm tegen een hete rand aan. Een bbq-handschoen moet dus twee dingen beter doen dan een keukenwant: langer standhouden bij hoge temperaturen en meer van je arm bedekken.

Leer blijft het werkpaard, maar kent zijn grenzen

Leer is nog altijd de populairste keuze, en niet zonder reden. Het voelt stevig aan, geeft grip op gladde tangen en gaat jarenlang mee zonder te scheuren. Het nadeel is dat leer zelf geen actieve isolatie biedt: het is vooral dik en duurzaam, waardoor het de warmte vertraagt in plaats van blokkeert. Bij langdurig contact, zoals wanneer je een volle grillplaat met beide handen van het vuur tilt, voel je de hitte op een gegeven moment toch doorkomen. Voor kort, stevig werk zoals het verschuiven van houtskool of het dichtklappen van een deksel is leer meer dan genoeg. Voor langere klussen is het de vraag of je niet beter kunt overstappen op een ander materiaal.

Aramide en Nomex, techniek uit de brandweerwereld

De vezel die het meeste verschil maakt heet aramide. Er bestaan twee hoofdvarianten: para-aramide, beter bekend onder de merknaam Kevlar, en meta-aramide, bekend als Nomex. Para-aramide is extreem trekvast en wordt vooral toegepast in kogelwerende vesten en hijskabels, maar is niet de reden dat brandweerpakken bestand zijn tegen vlammen. Dat is het werk van meta-aramide: minder sterk dan Kevlar, maar flexibeler en aantoonbaar vlamvertragend en hittebestendig, waardoor het wordt verwerkt in brandweerkleding, racepakken en isolerend papier. Bbq-handschoenen die aramide of Nomex in de voering gebruiken, lenen dus letterlijk een stukje brandweertechniek. De Amerikaanse reviewsite Inverse testte in 2021 onder meer leren handschoenen met een Kevlar-vulling van de merken RAPICCA en OZERO en vond fabrieksclaims van bescherming tot 500 graden Celsius. Dat is een opgave van de fabrikant en geen onafhankelijke meting, maar het geeft wel aan waarom dit soort voering vaak op de verpakking van stevigere bbq-handschoenen terugkomt.

Belangrijk om te onthouden: aramide beschermt tegen hitte die door de lucht of via kort contact komt, niet tegen vlam die er minutenlang op blijft staan. Geen handschoen is onbeperkt hittebestendig. Wil je echt veilig werken rond open vuur, dan is voorkomen nog steeds beter dan een dikke handschoen: lees ook ons artikel over waarom stalen borstels op de bbq eigenlijk gevaarlijk zijn en welke alternatieven minder risico opleveren.

Siliconen en neopreen, fijn tot je ze echt test

Siliconen en neopreen handschoenen zijn de laatste jaren populair geworden omdat ze waterafstotend zijn en zich makkelijk laten afspoelen onder de kraan, iets waar leer juist slecht mee overweg kan. Volgens dezelfde test van Inverse haalden ook neopreen modellen een opgegeven hittebestendigheid tot 500 graden Celsius, met textuur op de vingers voor meer grip. Het addertje onder het gras is de dikte: siliconen gloves zijn vaak dunner dan een leren of aramide handschoen, waardoor je sneller doorkrijgt dat je te lang op een heet oppervlak blijft steunen. Ze zijn ideaal voor kortere taken zoals het omdraaien van worstjes of het verplaatsen van een bakje saus, maar minder geschikt om een hete kamadodeksel een minuut lang vast te houden.

Lengte is net zo belangrijk als materiaal

Een handschoen die maar tot je pols komt, beschermt niet tegen de hitte die opstijgt zodra je je armen boven een open vuurkorf of een smoker houdt. Wie zelf wel eens een brisket na uren langzaam roken van het rooster moet tillen, weet dat je daarbij vaak met je hele onderarm over de rand van de smoker reikt. In dat artikel over het rustdoek dat je brisket redt gaat het al over hoe je het vlees na het roken verantwoord verplaatst, en een handschoen die minstens tot halverwege je onderarm komt maakt dat moment een stuk minder spannend. Reken op modellen van zo'n 35 tot 45 centimeter lang als je serieus met langzaam roken aan de slag gaat, en kies voor een korter model als je vooral op een gewone kettle- of gasgrill staat.

Welke handschoen hoort bij jouw bbq-avond

Er is niet één beste handschoen, wel een beste keuze per situatie. Sta je vooral kort bij het vuur voor een paar worstjes en een burger, dan is een stevig paar leer meer dan voldoende. Ga je serieus roken, met uren bij een smoker en regelmatig contact met hete metalen onderdelen, dan is een langere handschoen met aramide of Nomex in de voering de investering waard. En heb je vooral behoefte aan snel schoonmaken na een vette avond vol ribs, dan doet siliconen of neopreen wat jij nodig hebt, zolang je niet te lang op een heet oppervlak blijft leunen. Net als bij de rest van je uitrusting geldt: koop het goede materiaal één keer in plaats van drie keer de verkeerde maat. Onze lijst met bbq-tools die je maar één keer hoeft te kopen staat er niet voor niets vol mee.

J
Geschreven door Jeroen Bakker BBQ & Tuin Hoofdredacteur

Jeroen is het type man dat in januari al nadenkt over zijn eerste barbecue van het seizoen en zijn vrouw gek maakt met plannen voor een nieuwe buitenkeuken. Hij werkte vijftien jaar als hovenierder voordat hij zijn passie voor tuin, barbecue en buitenleven omzette in schrijfwerk. Zijn kennis van planten is encyclopedisch maar zijn grootste trots is zijn zelfgebouwde smoker van een oude oliedrum. Jeroen test elk seizoen minstens tien nieuwe barbecuesauzen en houdt daar een notitieboekje van bij alsof het wetenschap is. Hij woont in Gelderland met een tuin die zijn buren jaloers maakt en een terras dat hij beschouwt als zijn tweede woonkamer.